Modal shift door Philips Lighting levert milieuwinst

21/08/2010

Philips Lighting vervoert al zijn exportcontainers, die vanuit haar distributiecentrum in Roosendaal met Maersk Line overzee gaan, voortaan per binnenvaartschip naar de Rotterdamse haven.

Het gaat om circa 600 containers op jaarbasis. Deze modal shift vanaf de weg bespaart het concern 80.000 wegkilometers (2x de wereld rond) en voorkomt 200 ton CO2-uitstoot. Ter compensatie zou anders een bos met 5000 bomen, zo groot als 24 voetbalvelden nodig zijn.  Met dit project reduceert Philips de ‘carbon footprint’ van het totale Philips-concern met al zijn wereldwijde activiteiten met 0,1 procent.

De modal shift van Philips is de uitkomst van een gezamenlijk met Maersk Line en Havenbedrijf Rotterdam uitgevoerde pilot. De drie partijen hebben succesvol onderzocht wat nodig is om containers op een andere manier dan over de weg van Roosendaal naar de Rotterdamse Maasvlakte te transporteren. Randvoorwaarde voor Philips daarbij was dat alternatief vervoer niet tot extra kosten zou leiden.

Naast milieuwinst heeft de modal shift ook belangrijke voordelen qua bereikbaarheid. Havenbedrijf Rotterdam verwacht tussen nu en 2035 een verdrievoudiging van het achterlandvervoer van de haven. De komende jaren gaat in Rotterdam bovendien de A15 op de schop.

De huidige modal split van het containervervoer in de Rotterdamse haven is 47,5 procent wegvervoer, 39 procent binnenvaart en 13,5 procent spoor. Om Rotterdam in de toekomst  bereikbaar te houden wil het Havenbedrijf deze percentages ombuigen naar 35 procent wegvervoer, 45 procent binnenvaart en 20 procent spoor in 2035. Op dat moment zal het achterlandvervoer van containers in absolute aantallen ten opzichte van 2009 echter zijn verdrievoudigd. Met de containerterminals op in eerste instantie Maasvlakte 2 maakt het Havenbedrijf contractuele afspraken over de gewenste modal shift.

 Bron:Schuttevaer

Advertenties

Een kijkje over de grens: waterstof in België

31/12/2009

Alexander Beerts (foto: KdG)

Over rijden (en varen) op waterstof wordt al decennia lang gesproken. Grootschalige praktijktests zijn er de laatste jaren vooral in het buitenland opgezet: denk onder meer aan Hycity Hamburg, de Clean Energy Partnership in Berlijn en de Scandinavische waterstofsnelweg. In de lage landen is de vaandeldrager de stad Amsterdam. Kort geleden berichtten we over de waterstofboot die door de Amsterdamse grachten zal varen en in het kader van het Europese CUTE-project is gedurende een aantal jaren in Amsterdam een tweetal waterstofbussen ingezet in de reguliere dienstregeling. Ergens volgend jaar zal het resultaat van een Duits-Nederlands project in het Amsterdamse (en Keulse) verkeer zichtbaar worden: de hybride brandstofcelbus op basis van de Phileas.

En er gebeurt meer in de lage landen. Ook België laat zich niet onbetuigd. Begin volgend jaar zal zowel in Brussel als Antwerpen een gemodificeerde Opel Combo CNG worden ingezet die op 100 procent waterstof kan rijden. Volgens initiatiefnemer Alexander Beerts van Blue Planet Hydrogen is het voertuig een “stepping stone vehicle”: omdat waterstoftankinstallaties nog niet voldoende beschikbaar zijn, zal de auto ook kunnen rijden op fossiele brandstof. We houden in de gaten hoe de tests gaan verlopen.


Een kijkje over de grens: Noordrijn-Westfalen

11/12/2009

Gisteren vond de negende jaarconferentie van het brandstofcel- en waterstofnetwerk van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen (NRW) plaats. Omdat Nederland en NRW goede buren zijn en er op duurzaam mobiliteitsgebied inmiddels het een en ander samen wordt ondernomen, leek het ons een goed plan om uit eerste hand te horen wat de laatste stand van zaken is. In een ICE vol met kerstmarktbezoekers togen we af naar de hoofdstad van NRW: Düsseldorf.

VS en VK
Allereerst kregen we een overzicht voorgeschoteld van de meest vooraanstaande waterstofprojecten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Waar de nationale

Beeld: Treehugger.com

overheid in de VS een grote afnemer is van met name stationaire brandstofcelinstallaties (87 stuks in 2009 met een gemiddeld vermogen van 5kW) en daarmee verdere technische ontwikkeling en verfijning stimuleert, wordt er in het VK niet of nauwelijks in de sector geïnvesteerd (met uitzondering van Londen, waar in de aanloop naar de Olympische Spelen een kleine vloot waterstofvoertuigen zal worden gerealiseerd). Tom Read, CEO van de SHFCA (Scottish Hydrogen and Fuel Cell Association) hekelt de auto-industrie, die intentieverklaringen hebben getekend waarin ze aan even vanaf 2015 waterstofvoertuigen te introduceren in Duitsland, Japan, Korea en de VS, maar de rest van Europa vooralsnog links laten liggen.

Waterstofbussen in plaats van trolleys?
In São Paulo wordt het openbaar vervoernetwerk flink uitgebreid. Aanvankelijk gebeurde dat door het uitbreiden van het trolleynetwerk. Echter, in afwachting van een haalbaarheidsonderzoek om geen trolley’s, maar waterstofbussen in te zetten, is de bouw vooralsnog gestaakt. Volgens Ferdinand Panik van de Hogeschool Esslingen, een van de projectpartners, ziet het er naar uit dat de waterstofbus qua kosten (maximaal 1 miljoen euro per stuk) kan concurreren met de trolleybus (infrastructuur meegerekend). Trolley er uit, H2-bus er in, zo lijkt het. Is dat niet ook iets voor onze waterstofstad (in spé) Arnhem…?

Nederland-NRW: de Phileas-waterstofbus

De Phileas. Beeld: connectedcities.eu

Eerder dit jaar werd bekend dat zowel Nederland alsook NRW substantieel gingen bijdragen aan een internationaal project waarbij een waterstof-hybride-bus wordt ontwikkeld. Dieter Kaup van Vossloh-Kiepe, een van de projectpartners, praat de zaal bij over de projectvoortgang. In de tweede helft van volgend jaar zouden de vier bussen moeten worden opgeleverd aan de eerste twee ‘klanten’: het GVB in Amsterdam en de RVK in Keulen. Als het een beetje meezit, zien we de Phileas in deze uitvoering in mei volgend jaar op de wereldwaterstofconferentie in Essen.


Een kijkje over de grens: electrisch rijden een hype?

27/11/2009

Bij het realiseren van een toekomst waarin verkeer en vervoer geen negatieve impact meer heeft op onze natuurlijke leefomgeving en samenleving, heeft menigeen zijn kaarten gezet op electrisch vervoer. De voordelen ten aanzien van lokale luchtverontreiniging zijn duidelijk: lokale emissies van fijnstof en roet kunnen door inzet van EV’s effectief worden aangepakt. Maar hoe zit het eigenlijk met de uitstoot van broeikasgassen?

Volgens de European Federation for Transport & Environment (T&E), gevestigd in Brussel, zal de huidige Europese regelgeving die er op toe zou moeten zien dat de CO2-emissies veroorzaakt door auto’s worden beperkt, een stuk minder effectief blijken dan je op het eerste oog zou zeggen.

Jos Dings (foto: T&E)

T&E stelt dat in de eerste plaats EV’s als nul-emissievoertuigen worden gezien, terwijl de centrale opwekking van de electriciteit, in Nederland met name door kolencentrales, wel degelijk voor emissies zorgt. “Electrische auto’s zouden moeten worden beloond voor hun energie-efficiëncy en niet voor het verleggen van hun emissies van hun eigen uitlaat naar de schoorstenen van electriciteitscentrales,” aldus T&E in een recent uitgegeven rapport.

Verder kunnen autofabrikanten middels zogenaamde ‘super-credits’ tot 2016 voor elk voertuig dat minder dan 50 g/km uitstoot, gemiddeld 3,5 SUV’s verkopen en daarmee toch voldoen aan de EU-doelstellingen. Na 2016 mag voor elke EV die een autofabrikant verkoopt een SUV worden verkocht die twee maal zoveel uitstoot als de gemiddelde EU-doelstelling.

Om EV’s tot een succesnummer te maken voor de industrie en het milieu, zal er continue druk nodig blijven om de CO2-emissies en energie-efficiëntie van alle auto’s te blijven reduceren, respectievelijk verbeteren, aldus Jos Dings, directeur van T&E.


Mobiliteitsmanagement bij Det Norske Veritas

12/11/2009

Johan den Biggelaar, DNV

Een man kan de wereld niet redden, maar op een kleinere schaal kan hij een wereld van verschil maken. Dit gaat zeker op voor Johan den Biggelaar, verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van de ‘Green Mobility Policy’ (GMP) voor de vestigingen in de Benelux van Det Norske Veritas, een Noorse multinational dat diensten op het gebied van risicomanagement aanbiedt.

Het programma richt zich vooral op het wagenpark van DNV. Waar er in 2008 nog 8 auto’s rondreden die behoren tot de energie-efficiëntieklasse ‘A’, daar zijn er nu 30 van in gebruik. Werknemers die een nieuwe auto uitzoeken, hoeven niet verder te kijken dan het aanbod in de klassen A-C. En hoe zuiniger de auto is die de werknemer uitzoekt, des te hoger is de (directe)  financiële compensatie.

En de resultaten die tot op heden zijn gemeten mogen er wezen. In de eerste zes maanden dat het programma liep, werd de CO2-emissie met 3,2 procent teruggedrongen en voor het eerste jaar zou de 6 procent gehaald moeten kunnen worden. In 2012, als de gehele vloot is vervangen door energiezuinigere auto’s, zou een reductie van 30 procent gerealiseerd kunnen zijn.


Een kijkje over de grens: open source-waterstofauto

26/10/2009

Het open source-project voor duurzame mobiliteit, c,mm,n, is misschien bij u bekend. Het is een initiatief van de drie Nederlandse technische universiteiten en de Stichting Natuur en Milieu. Iedereen die wil kan meewerken aan de ontwikkeling van een compleet nieuw mobiliteitsconcept, inclusief voertuig, navigatie en allerhande mobiliteitsdiensten die het leven van de mobilist er gemakkelijker op maken. Het principe is te vergelijken met de ontwikkeling van open source-software, waarvan besturingssysteem Linux de meest bekende is.

Riversimple Urban Car

Riversimple Urban Car

In het Verenigd Koninkrijk is een vergelijkbaar initiatief gaande, opgezet door Hugo Spowers van Riversimple in samenwerking met de universiteiten van Cranfield en Oxford. De auto, de Riversimple Urban Car, werd in september gepresenteerd en er hebben zo’n 400 mensen op open source-basis aan meegewerkt.

Spowers heeft de mensen van c,mm,m uitgenodigd om te komen spreken op een conferentie die hij heeft georganiseerd. Het kan bijna niet anders of deze twee initiatieven gaan enorm veel aan elkaar hebben. Spowers geeft zelf aan dat er behoefte is aan enige coordinatie tussen de verschillende open source-projecten, mogelijk middels een internationaal open source-forum.

Grote vraag is natuurlijk hoe massaproductie vorm gaat krijgen. Linux brand je zo even op een cd, maar een auto moet toch echt ergens van een band lopen. Het schijnt dat er wat lijntjes bestaan met de Porsche-familie.


Een kijkje over de grens: varen op LNG

03/09/2009
Mevrouw Gry Isberg

Mevrouw Gry Isberg

Op Oslo’s drukst bevaren veerdienstroute worden sinds 1 juli jongstleden drie veerboten ingezet wier motoren dol zijn op LNG (liquefied natural gas). Ruter AS, de openbaar vervoersautoriteit van de stad, is verantwoordelijk voor de aanbesteding. Volgens mevrouw Gry Isberg, hoofd communicatie van Ruter, vertegenwoordigen de schepen “het beste op het gebied van milieuvriendelijke veerdiensten”. De NOx-emissies zijn 70% lager en de CO2-emissie 30% lager ten opzichte van de oude veerboten.

Er kwamen verschillende offertes binnen op de aanbesteding voor de veerdienst. Andere bedrijven stelden voor om op diesel of biodiesel te varen. Het bedrijf Tyde was de enige die met een LNG-oplossing op de proppen kwam en won daarmee de aanbesteding. Overigens kunnen de schepen, wanneer het onverhoopt niet zo wil vlotten met LNG, automatisch overschakelen op biodiesel. Dat bleek aanvankelijk erg handig, maar inmiddels is iedereen gewend en zijn de kinderziektes overwonnen.

Eenieder die nader geïnteresseerd is in varen op LNG raden we ten zeerste aan om een recente notitie te lezen die is opgesteld door Remco Hoogma (Platform Duurzame Mobiliteit). De notitie LNG als scheepsbrandstof – ervaringen en perspectieven uit Noorwegen is hier te downloaden (link verwijst direct naar het PDF-document).

Bron: MindsinMotion.net