Annemieke de Leeuw: Kennis inzetten voor een betere wereld

18/01/2011

Nog steeds is logistiek haar liefde maar naast efficiëntere processen moest er een meerwaarde aan zitten. Dit vond Annemieke de Leeuw bij Connekt als programmamanager Duurzame Logistiek.

Annemieke de Leeuw komt uit Rotterdam en de haven met haar vervoersstromen heeft haar altijd al gefascineerd. Een studie bedrijfskunde met afstudeerrichting logistiek management was logisch en vervolgens bekleedde ze diverse logistieke functies bij Selektvracht, KPMG en Heineken. “Na een wereldreis met mijn partner ben ik voor mezelf begonnen als zzp-er in diverse logistieke functies. Toen ik eenmaal zwanger was van ons derde kind werd het tijd voor iets anders en ben ik in 2008  bij Connekt terechtgekomen.”

Neutraal platform

Als programmamanager bij Connektprogramma Duurzame Logistiek geeft ze, tezamen met managing director Nico Anten, met veel inzet en enthousiasme inhoud aan zes projecten: Stedelijke Distributie, SLIM, Sustainable gateway, ketenprojecten, toolbox en Lean and Green Label. Annemieke: “Het programma  Duurzame Logistiek is vraaggestuurd. We pakken de faciliterende rol en ondersteunen voornamelijk initiatieven die uit de markt komen. Wij zijn voor die partijen een neutraal platform waardoor andere bedrijven ook willen meedoen. Dat gebeurt niet als het bijvoorbeeld alleen een traject is van Coca-Cola of Mars met respectievelijk de Green Order en de Green Tender. Met een neutraal platform is het voor iedereen makkelijker de uitgangspunten te omarmen.”

Succes van Lean and Green Award

Lean and Green is een heel concreet en pragmatisch programmaonderdeel van Duurzame Logistiek. “Daar ligt ook het succes ervan, “ vertelt Annemieke. “De trigger voor bedrijven ligt op samenwerking met anderen en het efficiënter inrichten van de goederenstromen, het ‘lean’-aspect waaruit de ‘green’-component uit voortkomt. Je merkt ook dat de mensen die hiermee binnen de bedrijven bezig zijn ook een persoonlijke drive hebben: ook zij willen deze wereld een beetje beter achterlaten.”

Vanaf eind 2008 hebben al bijna 100 logistieke bedrijven een plan gemaakt om 20% CO2-uitstoot te realiseren en zij hebben inmiddels ook een Award gekregen: een stimulans om duurzaamheid daadwerkelijk te implementeren. Annemieke: “Door de grote toestroom van bedrijven die mee willen doen, hebben we het TNO gevraagd de toetsing van het plan op haalbaarheid te doen. Dit geeft bovendien de professionalisering van het Programma aan.”

Trial en error

De Leeuw: “Ik ben zelf een heel pragmatisch mens. Natuurlijk werken we vanuit een onderbouwde businesscase maar ik heb liever dat er iets wordt geprobeerd en mislukt dan er eindeloos over doorpraten. Natuurlijk is het jammer als het niet lukt, maar dan is er wel iets geleerd en ga je met meer kennis verder. Zo werken de bedrijven ook binnen Lean and Green. Ze moeten het zelf doen. Ze starten met het maken van een plan van aanpak en onderbouwen de doelstellingen met een nulmeting. Onze projectleiders ondersteunen enkel: denken mee en stimuleren om de gang erin houden. Het feit dat de bedrijven het vooral zelf doen, maakt het volgens mij extra krachtig.” 

Van Award naar label

Programma Duurzame Logistiek is momenteel bezig met een analyse om tot een passend certiferingslabel voor Lean and Green te komen. “Natuurlijk zou ik het prachtig vinden als we een eigen Lean and Green Label krijgen. Maar als er straks heel goede argumenten zijn om ons aan te sluiten bij een ander dan moet je ook praktisch zijn en niet opnieuw het wiel willen uitvinden.”

De bedrijven die een Award hebben ontvangen, worden intussen gemonitord zodat het labelproces hierop naadloos kan aansluiten. Het monitoringsproces laat zien hoe effectief de maatregelen die bedrijven hebben getroffen in werkelijkheid zijn en hoeveel CO2 de bedrijven daadwerkelijk hebben gereduceerd. Duurzame Logistiek verwacht in 2012 een heel waardevol en krachtig netwerk van 250 bedrijven te hebben die een voorloperrol vervullen in de logistieke markt op het gebied van duurzame mobiliteit.”

Duurzaamheid geeft me meerwaarde

“Hoe mooi het vak logistiek ook is, ik ging op een gegeven moment zoeken naar een meerwaarde,” aldus Annemieke. “Dus niet alleen maar efficiënter, meer kostenbesparend en grotere winst. Ik wilde projecten doen die een meerwaarde hebben en mijn vakkennis gaan inzetten om de wereld een stukje beter achter te laten. Met het programma Duurzame Logistiek ben ik op mijn wenken bediend. Ik ben er trots op om dit Programma mede vorm te geven. ”

Advertenties

Platform Slim Werken Slim Reizen moet Taskforce Mobiliteitsmanagement opvolgen

04/01/2011

De Taskforce Mobiliteitsmanagement moet worden omgevormd naar een Platform Slim werken Slim Reizen. Dat zal het traditionele mobiliteitsmanagement gecombineerd met het zogenaamde Nieuwe Werken gaan propageren. Dat is de kern van een voorstel dat de Taskforce eind december heeft voorgelegd aan de minister van Infra en Milieu. Daarvoor is jaarlijks € 6 miljoen nodig. 

De Taskforce bestaat uit vertegenwoordigers van de sociale partners, de decentrale overheden, het bedrijfsleven, ANWB, Stichting Natuur en Milieu en de Rijksoverheid. De Taskforce Mobiliteitsmanagement houdt binnenkort op te bestaan en heeft nu een voorstel neergelegd hoe aandacht voor mobiliteitsmanagement kan worden vastgehouden. Dat kan volgens de Taskforce door het opzetten van een Platform Slim Werken Slim Reizen met als hoofddoel ‘het versnellen, opschalen en professionaliseren van het effect van initiatieven op het gebied van mobiliteitsmanagement en Het Nieuwe Werken, met als effect dat slim werken slim reizen ‘business as usual’ is geworden.’

Het Platform moet een netwerkorganisatie worden, waarin de betrokken partijen zelf bepalen op welke wijze zij hun doelstellingen willen behalen. ‘Zij richten zich op die zaken die voor hun eigen organisatie of achterban belangrijk zijn’, aldus de Taskforce.  Het Platform SWSR moet ook de lopende initiatieven in de regio’s en de door de circa vijftig beeldbepalende werkgevers voorgenomen activiteiten op elkaar afstemmen. Daarvoor moet onder meer een webportal worden ingericht. Het Platform denkt jaarlijks € 6 miljoen nodig te hebben: een deel daarvan moet na 2012 worden besteed om het programma binnen de regio’s niet te laten instorten.