Een kijkje over de grens: electrisch rijden een hype?

27/11/2009

Bij het realiseren van een toekomst waarin verkeer en vervoer geen negatieve impact meer heeft op onze natuurlijke leefomgeving en samenleving, heeft menigeen zijn kaarten gezet op electrisch vervoer. De voordelen ten aanzien van lokale luchtverontreiniging zijn duidelijk: lokale emissies van fijnstof en roet kunnen door inzet van EV’s effectief worden aangepakt. Maar hoe zit het eigenlijk met de uitstoot van broeikasgassen?

Volgens de European Federation for Transport & Environment (T&E), gevestigd in Brussel, zal de huidige Europese regelgeving die er op toe zou moeten zien dat de CO2-emissies veroorzaakt door auto’s worden beperkt, een stuk minder effectief blijken dan je op het eerste oog zou zeggen.

Jos Dings (foto: T&E)

T&E stelt dat in de eerste plaats EV’s als nul-emissievoertuigen worden gezien, terwijl de centrale opwekking van de electriciteit, in Nederland met name door kolencentrales, wel degelijk voor emissies zorgt. “Electrische auto’s zouden moeten worden beloond voor hun energie-efficiëncy en niet voor het verleggen van hun emissies van hun eigen uitlaat naar de schoorstenen van electriciteitscentrales,” aldus T&E in een recent uitgegeven rapport.

Verder kunnen autofabrikanten middels zogenaamde ‘super-credits’ tot 2016 voor elk voertuig dat minder dan 50 g/km uitstoot, gemiddeld 3,5 SUV’s verkopen en daarmee toch voldoen aan de EU-doelstellingen. Na 2016 mag voor elke EV die een autofabrikant verkoopt een SUV worden verkocht die twee maal zoveel uitstoot als de gemiddelde EU-doelstelling.

Om EV’s tot een succesnummer te maken voor de industrie en het milieu, zal er continue druk nodig blijven om de CO2-emissies en energie-efficiëntie van alle auto’s te blijven reduceren, respectievelijk verbeteren, aldus Jos Dings, directeur van T&E.

Advertenties

Varen op waterstof in Nederland en Duitsland

21/11/2009

Amsterdamse waterstofboot

Eerder berichtten we over varen op LNG: hier en hier. Op de iets langere termijn zou een van de te bevaren routes richting verdere verduurzaming ook wel eens met waterstof kunnen worden afgelegd. Zowel in Nederland alsook in Duitsland wordt hier inmiddels mee geëxperimenteerd. In Hamburg vaart sinds vorig jaar zomer het zogenoemde ZEM-ship zijn rondjes over de Alstersee. In Amsterdam heeft de waterstofboot van Fuel Cell Boat BV in september zijn eerste natte pak gehaald. In tegenstelling tot de Duitse boot, is de Nederlandse boot speciaal gebouwd rondom het brandstofcelsysteem. Bijzonder aan de boot die straks zijn rondjes gaat varen in de Amsterdamse grachten is dat hij is uitgerust met radar. Deze rader komt automatisch tevoorschijn op het moment dat de boot onder de laatste brug is doorgevaren en zich in de doorgaande waterwegen begeeft. Wat nog gerealiseerd moet worden is een duurzame productie van het benodigde waterstof. Vooralsnog komt het waterstof per tankauto uit Duitsland, “en dat is jammer, want we willen een volledig groene keten”, aldus Alexander Overdiep, de manager van Fuel Cell Boat BV. Duimen!


Belangrijk voor de binnenvaart: LNG Dual Fuel Project

17/11/2009

Het grootste project, op het gebied van duurzame mobiliteit, binnen EICB (Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart) is het ‘LNG Dual Fuel Project’. “Dit is de technische mogelijkheid om met conventionele voortstuwingsmotoren te varen die als brandstof een mengsel van 20% gasolie en 80% aardgas verbranden,” aldus Robert Tieman, secretaris veiligheid en milieu bij CBRB en van hieruit betrokken bij EICB.

Het EICB (een gezamenlijk initiatief van onder andere de brancheorganisaties Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart en de Koninklijke Schuttevaer) werkt mee aan een ontwikkeling om schonere brandstoffen te gebruiken in dieselmotoren aan boord van binnenschepen. ‘Dual Fuel’ is een aansprekend project waaraan samen met het consortium Deen Shipping, de motorenproducent Pon Power en het ontwerpbureau INEC wordt samengewerkt.

 Dual fuel: minder uitstoot

Het project ‘Dual Fuel’ wil luchtemissies van binnenvaartschepen reduceren door het toepassen van de laatste ontwikkelingen op het gebied van verbrandingsmotoren en brandstoffen. Bij een dual fuel oplossing wordt aardgas gebruikt als hoofdbrandstof en diesel als ontstekingsbrandstof. “Hiermee wordt de uitstoot van fijnstof en NOx vrijwel nihil, vooral dankzij de relatief hoge temperatuur van de verbranding van aardgas. In een later stadium wordt bij voldoende beschikbaarheid vloeibaar biogas ingezet als brandstof waardoor een CO2 neutrale oplossing beschikbaar komt. De verbranding met (vloeibaar) biogas is voor tachtig procent ‘CO2-neutraal’,” vertelt Tieman.

Aangepaste motoren

“Omdat Dual Fuel een ander verbrandingspunt heeft, moeten de motoren worden aangepast. Dit wordt nu heel voortvarend opgepakt door de motorenproducenten. Bij de Dual Fuel motor wordt de brandstof/luchtverhouding continu geoptimaliseerd door het motormanagementsysteem naar een optimaal aardgasverbruik en motorprestatie te brengen. Daarmee wordt meteen een grote stap gezet naar een nog meer milieuvriendelijke binnenvaart.”

Milieu- en kostenbesparing

“De hogere verbrandingstemperatuur van aardgas maakt het brandstofverbruik ook efficiënter, omdat er meer energie vrijkomt bij de verbranding. Bovendien zal de motor aanzienlijk minder snel slijten met het gebruik van aardgas. Ook daar is winst te behalen, onder andere door minder onderhoud en langere levensduur van de motor. Die winst plus de lagere brandstofkosten leidt tot een dusdanige besparing op de kosten dat de dual-fuel installatie in een beperkte periode kan worden terugverdiend.”

Toekomstbestendig

Robert Tieman: “Dit soort projecten doet ook mijn ingenieurshart goed. De ambitie is groot. Maar als het lukt hebben we al zo’n 10% reductie gerealiseerd en wordt er ook nog eens op kosten bespaard. Het concept is toekomstbestendig omdat op het moment dat biogas in voldoende mate beschikbaar op de markt komt, daarop overgeschakeld kan worden zonder aanpassingen aan het systeem.”


Mobiliteitsmanagement bij Det Norske Veritas

12/11/2009

Johan den Biggelaar, DNV

Een man kan de wereld niet redden, maar op een kleinere schaal kan hij een wereld van verschil maken. Dit gaat zeker op voor Johan den Biggelaar, verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van de ‘Green Mobility Policy’ (GMP) voor de vestigingen in de Benelux van Det Norske Veritas, een Noorse multinational dat diensten op het gebied van risicomanagement aanbiedt.

Het programma richt zich vooral op het wagenpark van DNV. Waar er in 2008 nog 8 auto’s rondreden die behoren tot de energie-efficiëntieklasse ‘A’, daar zijn er nu 30 van in gebruik. Werknemers die een nieuwe auto uitzoeken, hoeven niet verder te kijken dan het aanbod in de klassen A-C. En hoe zuiniger de auto is die de werknemer uitzoekt, des te hoger is de (directe)  financiële compensatie.

En de resultaten die tot op heden zijn gemeten mogen er wezen. In de eerste zes maanden dat het programma liep, werd de CO2-emissie met 3,2 procent teruggedrongen en voor het eerste jaar zou de 6 procent gehaald moeten kunnen worden. In 2012, als de gehele vloot is vervangen door energiezuinigere auto’s, zou een reductie van 30 procent gerealiseerd kunnen zijn.


Formule E-team krijgt koninklijke aanvoerder

06/11/2009

Zoals in de vorige blogpost aangekondigd, is deze week het Formule E-team geïntroduceerd tijdens de zogenoemde ‘Innovatie-estafette’.

“ZH Prins Maurits van Oranje is benoemd tot voorzitter van het Formule E-team dat de marktintroductie van elektrisch vervoer in Nederland zal aanjagen. Dat maakte minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat vandaag bekend. De minister is verheugd dat Maurits van Oranje deze uitdagende functie accepteert: “Het voorzitterschap van Prins Maurits laat zien dat het ons serieus is als het gaat om elektrisch vervoer”. Prins Maurits en minister Eurlings waren aanwezig op de Innovatie-estafette 2009, hét podium waarop bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden gezamenlijk innovatieve doorbraken demonstreren en nieuwe projecten starten op het gebied van water, transport en mobiliteit.” Dit aldus een persbericht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.